> Dus eigelijk moet een motor tijdens het remmen zo snel mogelijk aan
> het iende van zijn veerweg komen?
Ah, leuk, uitleggen! (ben al lang van plan een pagina over remmen te
maken)
- Als je remt probeer je je wielen stil te zetten, maar als dat lukt
terwijl de motor nog rijdt krijg je een geblokkeerd wiel, dat over de
weg schuift.
Dat wil je niet omdat:
- een schuivend wiel een veel langere remweg heeft dan een remmend
wiel, en
- je gemakkelijk onderuit gaat als er een hobbeltje of bobbeltje is
waardoor je niet meer kaarsrechtuit schuift.
- Dat wiel moet dus sil gaan staan en daarbij z'n contact met de weg
houden. Daarvoor heb je *grip* nodig.
- Hoe meer gewicht er op een wiel rust, hoe meer grip.
Helaas werkt een zwaardere motor niet, want dan heb je ook meer massa
die geremd moet worden, en dat streept tegen elkaar weg.
- Maar je kunt wel het gewicht meer naar het voorwiel brengen, zodat
dat meer grip heeft. Een voorwiel, zo kun je je voorstellen, zit op
een betere plek om de hele motor tot stilstand te brengen, dan je
achterwiel.
- De actie van het remmen zelf zorgt er al voor dat dat gewicht zich
naar de voorkant verplaatst, doordat het zwaartepunt van de motor als
het ware door wil, en daarmee de achterkant omhoog brengt.
- Of dat gebeurt en hoeveel dat gebeurt hangt af van de geometrie van
de motor, en van de vering.
- Een sjopper heeft een ver vooruitstaand voorwiel, een laag
zwaartepunt en een grote wielbasis. Het gewicht zal zich nauwelijks
verplaatsen. Remmen moet je met beleid doen, met achter- en voorrem,
en je zult nooit zo snel stilstaan als een sportmotor.
- Een allroad moet het liefst bijna helemaal door z'n voorvering
zakken: dan kan er zoveel mogelijk gewicht worden overgedragen aan de
voorkant.
- Een sportmotor is wat remmen betreft het gunstigst: voorwiel
dichtbij de rest van de motor en korte wielbasis. Het voorwiel krijgt
gemakkelijk 100% van het gewicht te dragen, en heeft dan optimaal
grip. (dan maak je een stoppie).
De voorrem is de krachtigste rem, maar ook de lastigste.
Het goed doseren van de voorrem is niet eenvoudig.
Zelfs niet voor een ervaren motorrijder. Zeker niet in noodsituaties.
Dus daar zul je veel op moeten oefenen.
De optimale manier van remmen
De achterrem vlot maar niet te hard aanleggen
Het aanleggen van de voorrem gebeurt met alle vier
vingers zodat je maximaal gevoel hebt
Druk opbouwen. Dit doe je alsof je een citroen uitknijpt.
Eerst de motor in de veren laten duiken, en als ie niet verder zakt
doorknijpen tot alle citroensap eruit is :-)
Maximaal remmen laat de band jammeren
als ie echt begint te piepen knijp je net te hard
Trek de koppeling in en laat de achterrem los
zodat je achterwiel niet kan blokkeren,
een draaiend wiel geeft stabiliteit
Houd er rekening mee dat je als je langzamer gaat
ook een ietsepietsie moet vieren,
je kunt verreweg het hardst remmen bij hoge snelheid,
en vooral bij lage snelheid blokkeren wielen makkelijk
Mocht er toch een wiel blokkeren niet schrikken en alles helemaal loslaten,
alleen de rem vieren tot ie stopt met piepen en weer gaat jammeren
Heb je per ongeluk toch alles losgelaten dan moet je weer opnieuw
beginnen met druk opbouwen anders blokkeer je de boel gelijk weer
Alleen pompend remmen als je helemaal geen gevoel krijgt en steeds weer blokkert door gladheid
Zorg dat je ontspannen en in balans blijft zitten
*BELANGRIJK* Voortdurend kijken waar je heen wilt. Niet
vlak voor je of op de tellers kijken, en zeker niet naar het gevaar
Concentreer je op je vluchtweg, waar je naar kijkt ga je naartoe
Denk eraan:
Als de druk te snel opgebouwd wordt, kan dit leiden tot een geblokkeerd voorwiel.
Dit kan optreden bij het van schrik te snel inknijpen van de voorrem.
En bij het loslaten en opnieuw inknijpen van de voorrem en door te hard te remmen bij lage snelheden. Schrik dan niet, want een geblokkerd wiel wil nog niet direct zeggen dat je gaat liggen.
Probeer op een vlakke parkeer plaats maar eens om je achterwiel heel even te blokkeren,
het gaat wel zwabberen maar dat is goed te corrigeren.
Met het voorwiel ligt het iets gevoeliger, maar ook daar ga je als je het blokkeert in eerste instantie gewoon rechtdoor,
je hebt dus altijd een klein moment om te lossen en opnieuw aan te leggen, oefen dat opnieuw druk opbouwen ook dat vaak
Oefen veel zodat je het op een geautomatiseerd niveau beheerst, net als met het schakelen het achtje en de slalom dan heb je de grootste zekerheid
dat je het in een paniek situatie ook tot een goed eind zult brengen
(-: Bij remmen dus om te beginnen klein beetje achterrem erbij, en dan
(-: alleen nog maar de voorrem.
Om precies te zijn de achterrem als eerste aanleggen, en een fractie later de voorrem.
De achterrem trekt de motor in de veren zodat je al een beetje druk op je voorwiel hebt, en omdat de motor met zwaartepunt iets naar beneden is gegaan duurt het ook wat langer voor ie zijn achterwiel op kan gaan tillen.
Daardoor heb je dus nog iets meer druk op je voorwiel, en kun je de achterrem dus ook iets langer blijft gebruiken al zul je al snel merken dat als je echt remt, dat achterwiel heel snel niks meer doet.
Vooral als je een fiets met een sportieve geometrie hebt. bij sjoppers zul je echter wel gewoon druk op je achterwiel moeten houden om te vertragen, want daar glijd het voorwiel gewoon weg op een gegeven moment.
> Mij is verteld dat bij een noodstop 90% voorrem en 10%achterrem gebruikt
> moet worden, maar de ervaring (althans mijn ervaring) leert dat 100%
voorrem
> en 0% achterrem het beste werkt.
Ik heb ook begrepen dat dat is wat ze je bij VRO1 wijs proberen te maken.
Als je ECHT hard moet remmen, concentreer je dan op de voorrem.
Zelf decursus (nog) niet gedaan, maar er zit wel wat in natuurlijk. Als je alleen
voor remt hoef je ook alleen maar je daarop te concentreren. Een eventueel
blokkerend (en voorbijkomend) achterwiel is dan geen zorg meer.
Toch blijft het gewoon durf op zo'n examen. Je hoeft voor je examen echt de
grens van mens en machine niet op te zoeken. Oefen maar eens wat met de
voorrem, ik denk dat je meer kan met de voorrem dan veel (mijzelf daarbij)
mensen denken.
>>(-: >(-: een geblokkeerd wiel remt minder
>>(-: >
>>(-: >Gewoon *niet*
>>(-:
>>(-: Waarom dan zoveel moeite doen om het wiel soepel te laten draaien?
>>
>>
>>Omdat een geblokkeerd wiel ook geen zijdelingse krachten opvangt, en je
>>wilt wel richtingsstabiliteit op een evenwichtsvoertuig.
>
> Maar het remt wel iets.
Het remt volgens sommigen zelfs minder dan een rollend wiel!
Uit de nationale wetenschapsquiz :
Wetenschaps quiz:
5. Je laat twee speelgoedautootjes met de neus naar voren van een
schuinstaande plank af rollen. Van het ene autootje heb je de voorwielen
geblokkeerd, van het andere de achterwielen. Hoe komen ze naar beneden?
a) Beide met de neus naar voren.
b) Beide met de geblokkeerde wielen naar achteren.
c) Beide met de geblokkeerde wielen naar voren.
Antwoord c is juist. Over dit onderwerp is vooral in Amerikaanse literatuur
veel geschreven. Het standaardantwoord luidt daar dat zowel de geblokkeerde
als de rollende wielen wrijving ondervinden met het wegdek. We hebben dus
te maken met wrijvingskrachten. Het overwinnen van statische wrijving kost
meer kracht dan het overwinnen van dynamische wrijving. Als iets dat
wrijving heeft eenmaal beweegt kost het minder kracht om die wrijving te
overwinnen dan wanneer iets nog stil ligt.
Bij een geblokkeerd wiel dat eenmaal in beweging is, hebben wij te maken
met dynamische wrijving. Bij een rollend wiel echter hebben we vreemd
genoeg te maken met statische wrijving. De wrijving van het rollende wiel
is namelijk op elk punt dat het de grond raakt statisch. Als de auto
eenmaal glijdt zijn de wrijvingkrachten op de geblokkeerde wielen dus
kleiner dan die op de rollende wielen.
Bij een auto met geblokkeerde achterwielen leidt dat tot een onbalans in de
krachten op de auto. De geblokkeerde wielen kunnen sneller vooruit dan de
niet geblokkeerde wielen. En zo raakt de auto in een slip die de
geblokkeerde wielen naar voren doet draaien. Dan komen de wielen met de
minste wrijving voor.
Beide autootjes komen dus naar beneden met de geblokkeerde wielen naar
voren. Deze verklaring gaven wij ook in de quiz.
In ons land zijn de geleerden het er over eens dat c het juiste antwoord
is, maar dan om andere redenen dan de hierboven aangegeven verklaring. De
crux zit hem - aldus een Nederlands natuurkundige - in het verschil tussen
het krachtenspel dat optreedt bij een geblokkeerd wiel en een gewoon
meedraaiend wiel.
Een geblokkeerd wiel kun je vergelijken met de manke olifantspoot die over
de grond sleept. De wrijvingskracht heeft een richting die tegengesteld is
aan de sleeprichting. Bij een geblokkeerd wiel is de rolrichting niet van
invloed op de wrijvingskracht. Een rollend wiel ondervindt weinig
wrijvingskracht in de rolrichting, maar verzet zich tegen een zijdelingse
plaatsing.
Als een auto op een helling staat of een helling afglijdt, ondervinden alle
wielen een voortdrijvende kracht in de richting van het dal. Stel dat een
auto een helling afrijdt of afglijdt met geblokkeerde voorwielen. Neem ook
even aan dat de auto niet precies recht naar beneden wijst.
Op de geblokkeerde voorwielen werkt dan een wrijvingskracht die, vanuit de
auto gezien, naar achteren wijst, en de naar het dal gerichte
voortdrijvende hellingkracht, die recht naar het dal wijst. De voorwielen
hebben dus de neiging een koers recht naar beneden in te slaan. De
achterwielen volgen de rolrichting, en dus zal de richting van de auto
veranderen totdat de auto wel recht naar beneden gaat. Het rijden/glijden
met de geblokkeerde voorwielen naar voren gericht is dus een stabiele
situatie.
Stel dat de achterwielen van de auto blokkeren, en stel opnieuw dat de auto
niet recht naar beneden wijst. De achterwielen ondervinden ook hier een
wrijvingskracht die - vanuit de auto gezien - naar achteren is gericht, en
een voortdrijvende kracht richting dal. De voorwielen zullen in hun
rolrichting voortbewegen. Daarmee zal de auto draaien en uiteindelijk dwars
op de helling gaan glijden. Door de draaisnelheid om de verticale as komt
de auto in een situatie zoals hierboven geschetst, en komt dus met de
geblokkeerde achterwielen, achteruit glijdend/rijdend, naar beneden. Aldus
onze Nederlandse bron.