NL.MOTORFIETS FAQ - De Soap


Menu

Home

NL.Motorfiets
Motoren
Sleutelen
Rechten en Plichten
Toeren
Rijden
Stilstaan
Kleding / Accessoires
Rij-impressies
Proza
Remmen
Waar koop ik?

Deel I, door Sergio

Deel I, door Sergio

Big en Sergio in de kooi, vechtend om Sylvia terwijl Sylvia een Chinese cornetto eet, Bonzo telt het geld van de weddenschappen waarvan hij tussentijds de regels en de commissiepercentages aanpast, GIS zoekt z'n acculader onder de stoelbanken en wordt door velen betrapt, Steffen durft niet te kijken door het veelvuldig gutsende bloed, Meine schreeuwt om aandacht en vervloekt hen die harder schreeuwen, Marc baalt dat dat kooigevecht z'n rit doorkruist (alle bordjes voor niets opgehangen), Lex probeert Sergio nog snel een AOV aan te praten, Bonzo is zielsgelukkig want verschoond van alle schuld, Sylvia baalt want de chocola uit het puntje is gesmolten en druppelt in Ton z'n nek, ze steekt haar tong uit om het eruit te likken doch Bonzo vat dit beledigend uit terwijl Big het ziet als ultieme aanmoediging om Sergio de genadeklap te geven, hetgeen hij acuut doet waarbij Sergio nog de laatste kracht heeft om te roepen: "Zo'n Duotec is ook niet alles".


Deel II, door Sylvia

Deel II, door Sylvia

Waarop hij z'n Duotec weggeeft, en Steffen voor de zoveelste keer achter het net vist. Ton zit op z'n terrasje te wachten op mooi weer, en GuZ heeft ondertussen z'n knieeen en z'n banden opgesleten op z'n klaverblaadje (alleen de zijkanten natuurlijk! ik zou niet durven te suggereren dat hij ooit een stukje uit het midden slijt). Gis stapt, uit depressiviteit omdat niemand zich meer over hem opwindt, in z'n dure auto om te kijken of hij nog wat motoren kan rammen. Mostly unwashed rijdt ondertussen gezellig door de modder, gevolgd door (o nee, pardon, achter) Bonzo, die ondertussen lyrisch proza uitbrengt, dat alleen hij verstaat omdat alle anderen van oordopjes zijn voorzien. Marco zit met een niet-identificeerbare, andersom-zittende vooropzitvrouw op zijn F650, ondertussen naar een Tiger lonkend. Rik de Big roept Gordon Shumway te hulp om hier nog iets van te begrijpen en declameert enige gedichten. Een aantal onduidelijke figuren probeert iedereen leren dames-pakken, PC's en Magnums aan te smeren.


Deel III, door Sergio

Deel III, door Sergio

Tegen vijfen loopt Ton, zwaar bezweet, op Bonzo af, die Rik-II net laat zien hoe JR z'n wheelie wel had moeten maken. "Ernst, eten!" Bonzo roept een kort "nec volo", waarop Lex en Ton elkaar bevreemd aankijken. Achter een boom hoort Steffen geritsel. Nieuwsgierig sluipt hij dichterbij en hij kan nog net zien hoe Marko z'n intercom achter Irma d'r niergordel probeert te wurmen. Steffie denkt bij zichzelf "wat zal Roland straks van dit verhaal genieten", hij springt tevoorschijn en roept "He jongens, gezellig, mag ik meedoen?" Meine springt daarop voor Irma in de bres en vraagt met klem of iedereen zich aan zijn tekst wil houden. Zwalkend komen Rik en Sergio uit de kooi terug. Zwaar bezopen en gehavend. Sylvia ontfermt zich over hen. Troostend vraagt ze Sergio wat'ie wil eten. "Big" is het antwoord, waarop Sylvia Gis vraagt om Gordon uit de stal te halen en gereed te maken voor het ritueel. Gis heeft geen zin, brabbelt iets van "kut" en "hut" en trekt zich weer terug op het toilet nadat'ie het boekje van Marc heeft afgepakt. Bonz komt binnenhollen, roepend: "zie je, ik had gelijk, ik hoorde jullie praten en dacht, he, alsof ik mezelf hoor, dus heb ik gelijk en zal ik mij opwerpen als beul". Snel trommelt hij Mostly, JR en Rik-II op, waarna ze elk een poot van Gordon aan hun achterbrug vastmaken en snel wegrijden in tegenovergestelde windrichtingen. Een stofwolk nadert de gelukkige samenkomst. Het is een motor. De Vage Figuur wordt lachend ontvangen wanneer iedereen ziet, dat het Corne is. "Ik kom voor het gevecht" zegt hij. En wederom bleek, dat kranten bewaren zonder ze te lezen zinloos is. ---------------------------------------------------------------------------------------------


Deel IV, Koffie van Big, door Sylvia

Deel IV, Koffie van Big, door Sylvia

In de verte staan Sylvia en Mostly Unwashed hun vieze BMW's tegen diverse aanvallers te verdedigen, geholpen door hun boxers, terwijl Lex z'n boxer verbaasd staat toe te kijken en Francisca en Marc op Meine en Karin inhakken vanwege iets shopperigs. Sergio roept tegen iedereen die het maar horen wil dat hij de eerste was die gelijk had, en Arjan en Edwin varen rustig verder in hun boot met koelkast aan boord. Ron (was die het?) probeert formulieren in te voeren om het motorgehalte op te voeren, en vraagt Steffen ze te kopieren. Bonzo knipt en plakt alles aan elkaar tot een onherkenbaar geheel, en voegt er nog enige onbegrijpelijke maar prachtig klinkende citaten aan toe. Een aantal zijfiguren mopperen dat het allemaal gelul is, en rijden nog een paar meter in de hoop dit jaar wel aan de 1500 km te komen. Suikerbuik vraagt aan alle Duitsers "haben sie gewusst wass die 130 km Verkehrsschilden bedeuten?", maar ze gaan er allemaal vandoor als ze Bonzo zien dansen. Big nodigt iedereen uit voor een kopje koffie, gezet met de benzinebrander die hij op z'n tank heeft aangesloten. En zo werd het toch nog gezellig.


Deel V, door Sergio

Deel V, door Sergio

Dachten ze allemaal. De Duitsers lispelden onder elkaar terwijl geen van de aanwezigen dat opviel. Door het bier en het ijs (door Hans al tweemaal uitgekotst) was een vreemd soort roes ontstaan. Afgesproken werd, dat per toerbeurt geslapen kon worden in de door Rik in Frankrijk gejatte slaapzakken. Bonzo kwam slingerend binnenlopen en vroeg of het feestje al begonnen was. Steffen vroeg hem verbaasd wat er met hem aan de hand was. "Oh niks, blowtje. 'k mocht toch niet drinken?" Steffen wilde nog informeren wat dat betekende, Jan mompelde iets pornografisch, en Meine keek met open mond naar wat Marko nu weer met z'n vrouw uitspookte. Al met al waren er geen vrijwilligers om de wacht te houden en spoedig sliep iedereen. De maan scheen over de boerderie en de koeien loeiden toen de Duitsers tot de verrassingsaanval besloten. "Es sollte noch etwas vom Big uebersein, doch, was du?" "Kucken wir mal an". En zo besloten ze tot het nachtelijke binnensluipen. Toen de eerste de deur voorzichtig opendeed, schrokken ze zich kaputt: Sylvia's GSM begon spontaan te rinkelen. Verdomd, de Duitsers vluchtten. Gered door Sylvia's asynchrone tijdsbeleving.

Bij het krieken van de dag kwamen ze tot hun schrik tot de ontdekking dat de BeemWe's en alles wat erop leek weg was. De RF van Ton lag in puin in het weiland. Met grote letters "Scheisse" op zijn zelf- verzonnen opschrift KLoTe. Kennelijk hadden ze dat eerder voor een K LT aangezien totdat ze de sleuven van de haai bemerkten. Gelukkig was er een Magna over om Ton uit de brand te helpen. Marko nam nu 1 vrouw voor- en eentje achterop. Hij vroeg zich af waar hij de extra handjes vandaan moest halen. Lex wou wel helpen en nam een vrouw over.

Onder achterlating van diverse sporen toerde de zwaar beladen groep het ochtendgloren tegemoet.........


Deel VI, de knieen van Moebius & Sergios tent, door Sylvia

Deel VI, knieen van Moebius & Sergio's tent , door Sylvia

Aangezien het hard was gaan waaien besloten ze de snelweg op te gaan, om de vectorwerking van snelheid, rijrichting en massa te testen. Na enige malen diep zuchten besloot JR, een van de zwarte ZZR-berijders, het erop te wagen: hij stak even z'n knie uit, maar helaas, hij verongelukte. Met een geknakt been werd hij achterop gehesen bij Ton, terwijl Marko 1 van z'n achteropzitvrouwen kwijtraakte aan de ZZR van JR. Na een duizelingwekkend Moebius klaverblad was het niet duidelijk of ze op de A1 richting Maastricht, of op de A2 richting Oldenzaal zaten, maar uiteindelijk bereikten ze Duitsland, net op tijd om bij de eerste bocht in de snelweg op de Duitsers te stuiten, die met de BMW's alleen rechtuit konden en daardoor in het weiland terecht waren gekomen.

Toen ze stopten ontstond er een onduidelijk gevecht, waarbij zuurstokken tegen choppers riepen dat ze niet konden rijden, en choppers tegen de anderen dat ze gemeen waren, De Ervarenen vertelden dat het niks uitmaakte maar dat zij superieur waren, en Marc stond zich af te vragen bij wie hij nou hoorde. Sergio trok zich hier niks van aan, en vroeg wie z'n tent wilde opzetten. De Duitsers schrokken van dit aanbod en renden "das niemals" roepend weg, zodat het motorpark weer compleet was. De chopperrijders begonnen de BMW's te wassen, maar raakten helemaal van slag omdat ze hun Never Dull nergens op kwijt konden. Bovendien stond hun kilometerteller veel hoger dan ze gewend waren, dus wilden ze niet meer verder. Gelukkig stopte er een vrachtwagen die Sylvia aanbood om mee te liften, maar toen de hele groep om hem heen stond vond hij het ook in orde om in plaats daarvan de chopperrijders naar huis te vervoeren.

Iedereen zette z'n tentje op (Sergio moest het alleen doen want hij is getrouwd), en bij het kampvuur en het bier met ijs begon JR op te scheppen dat hij wel eens twee knieeen tegelijk los van de tank had gehad. De zuurstokrijders keken wie de mooiste en snelste zuurstok had, en de baggeraars keken wie het beste kon modderen in het donker. Een enkeling zei dat hij eigenlijk naar huis moest, maar Steffen wist hoe je 10 dagen in een week kon krijgen, dus kon iedereen blijven.


Deel VII, Bananen en kanonnen,door Marc

Deel VII, Bananen en Kanonnen, door Marc

Na het nuttigen van enkele kanonnen begon iedereen de banaan van Guz te pellen, waarna deze pogingen deed hem ook op te eten. Marc stond was nog dizzie van het klaverblad van mobius en Bonzo maakte daar gebruik van door hem de routebeschrijving voor de lentetoertocht afhandig te maken. Spontaan werd toen besloten om na het bier en ijs, ook meteen deze tocht maar te rijden, echter voornamelijk door de berm. Bonzo kwam er te laat achter dat Marco nieuwe banden had gemonteerd, zodat overal langs de weg "Bonzo was here" stond afgedrukt. Daarop kregen zij ruzie of het nu courier of Times was, en wel of niet proportioneel. In de verwarring had niemand in de gaten dat GIS, vermomd als News Agent, Sergio zijn powerbook afhandig maakte, en daarmee rare advertenties en aprilgrappen op het usenet plaatste. Gelukkig trapte daar niemand in omdat zij toch alleen maar hun eigen postings lazen, behalve Ir. Sylvia, waarop iedereen riep: "Geef jij maar je Bul T'rug". De sjopperrijders stopten bij de eerste regendruppels, en vroegen aan iedereen waar ze nu konden stallen. Alleen de Voyagers hadden profijt van de stortbuien en riepen "Kijk, ik heb een echte boot", totdat ze te ver van de weg af raakten, en in de gaten kregen dat een sloot echt diep was.


Deel VIII, Intermezzo - De Droom van JR, door Sergio

deel VIII, intermezzo - De Droom van JR, door Sergio

Tegen de avond werd godzijdank een boerderij gevonden, waarvan de eigenaar bereid was de motoren uit te stallen in de keuken. Allen konden een slaapplaats vinden in de lege hokken van de varkens, die de week tevoren waren afgemaakt. Het duurde niet lang of het geloei van de koeien werd overstemd door gesnurk van slapende motorrijders. In het hoofd van JR betekende dit het vervolg van zijn in een vorige nacht begonnen verhaal ³Bar Trek²:

Bardatum 5 april 1997, logboek van de kolonel.

Het is nog steeds een raadsel waarom Luitenant Uhura krom loopt. Daags na de aanval van de Sjopper-mutanten, die we afsloegen dankzij de vindingrijkheid van Ernst Scott, God vergeve hem zijn accent, die de list verzon om de fasers met pekel te laden, bracht zij een uur door met Marko Spock. Deze werd in staat geacht haar jeugdtrauma¹s op te lossen (het werd op de boeg als lastig ervaren dat zij constant vreemde stemmetjes doorgaf als buitenmelkwegs gevaar) doch zijn rapport bevatte slechts de mededeling dat zij ooit ³Irma² heette. [persoonlijke noot: mijn opa gebruikte ooit Irma op ouderwetse computers, dit zal een tang op een varken zijn.] Mijns inziens staat voor een ontdekking van deze strekking een tijd van 5 barminuten; alleen onze Lieve Heer weet wat Scott verder met haar heeft uitgespookt. Gelukkig staat onze eerste Stuurman, luitenant Klutifa, niet meer aan wal. We hebben hem na 2 dagen afwezigheid kunnen opbiemen uit het kuuroord. Enige twijfels zijn gerezen in de machinekamer, waar regelmatig door de gebroeders Suikerbuik gebruik wordt gemaakt van alarmfase I waardoor zelfs ik geen zicht meer heb op het juiste gebruik van de machometer. Spock beweert dat alles onder controle is, maar ik krijg meer en meer het gevoel dat we subtiel gemanipuleerd worden door de Gissianen, die vorige barmaand een verbond met de Sjopper-mutanten sloten. Ze moesten wel, de Sjopper-mutanten: hun krachten namen gestaag af met het toenemen van de veters. Met Bones ligt ik flink in de clinch sinds hij het heeft aangelegd met mijn ex, sergeant SylvieVartan, liefkozend stuurman genoemd (zij die haar beter kennen weten waarom: in haar slaaphouding lijkt ze op een werkende Klutifa). De sergeant verspreidt het gerucht dat Bones de Burggraef is, terwijl ik dat ben! Zo probeert ze langzaam mijn positie te ondergraven. En ik maar denken dat Ernst Scott me te hulp komt: een echte technicus blijkt maar weer de baas te zijn over zijn apparaat, mensen hebben voor hem altijd gelijk..................

......"JR, JR, wakkerworden, kom op JR, reageer ?ns!" JR opende zijn ogen, zag door een waas Sylvia staan. "Sergeant, U hier?. "JR, niet lullen, meelopen. Je moet me helpen. Iemand heeft een big bout in de WC gestopt. Die is verstopt. Jij alleen kan dat oplossen."


Deel IX, waar is die tocht nou, door Sylvia

Deel IX, waar is nou die tocht , door Sylvia

De volgende ochtend waren er vanwege het bier een flink aantal motorrijders met niet zo'n blij gemoed, waardoor het nog harder ging regenen. Alle vizieren besloegen, en een zekere me, whoever that may be, trapte tegen de BMW-helmen. Alsof dat nog niet genoeg was probeerde Meine te stoken tussen de BMW-rijders, maar die ouwe lullen zijn niet zo gemakkelijk uit balans te brengen. Bovendien kregen ze versterking van iemand die zelfs nog les moest gaan nemen. Iemand vroeg waar nou die 5 april tocht wordt gehouden.

Bonzo besloot een film te maken, en Big en Gordon werden verdrietig omdat ze niet mee mochten spelen. Sylvia vroeg zich af wat haar rol precies inhield, maar dat bleef geheim. Ondertussen vertelde JR aan iedereen dat die twee knieeen van gisteren een beetje overdreven waren, in de hoop dat hij vandaag geen fataal ongeluk zou krijgen. Iemand vroeg waar nou toch eigenlijk die 5 april tocht wordt gehouden.

Marcel begon te huilen omdat hij vies was geworden in de modder, maar L.u.L. wist hem in het Italiaans het adres van een stomerij en een verzekeringsagent te geven. Lex werd jaloers en zei dat echte verzekeringsagenten het per email doen. Click had steeds meer leren overalls in de aanbieding, maar zelfs Marcel wilde ze niet hebben. Iemand vroeg waar ook alweer die 5 april tocht wordt gehouden.

Bonzo, Sergio en Sylvia vertrokken naar de Appenijnen, maar werden al snel per zeppelin teruggebracht. Pieter Jan begon te klagen dat die zeppelin veel te snel ging op de snelweg, zodat hij terecht alle snelheden verkeerd inschatte. Marc zei dat hij nog steeds niet wist waar die 5 april tocht wordt gehouden.


Deel X, De bekentenis, door Marc

Deel X, De bekentenis, door Marc

"Eigenlijk moet ik je iets bekennen, ik heb geen rijbewijs, A bedoel ik". Stomverbaasd keek ze hem aan. "En hoelang rijd je dan al motor zonder rijbewijs?" "Nou, eh, eigenlijk heb ik ook geen motor.". En hoe ben je dan hier gekomen?" Met de auto, die staat daar een eindje verderop, om de hoek". "En die helm jack en handschoenen dan"? "O, die liggen gewoon in de auto". Heb ik ooit eens gekocht, om erbij te horen. Staat zo stoer als je ergens loopt. Ik heb eigenlijk niet zo veel vrienden, en toen ontdekte ik op internet al die nieuwsgroepen he. Toen ben ik eerst allerlei nieuwsgroepen gaan volgen, maar meepraten lukte niet, over computers en zo. Maar toen ontdekte ik nl.motorfiets. Daar kon je meepraten ook al had je er vrijwel geen verstand van. Ik heb toen wat abonnementen genomen op Promotor en Motor'73. Nu heb ik een hoop vrienden, dacht ik! Maar ik kon niet mee met die toertochten he, en daarom heb ik dit maar verzonnen. Een beetje laat vertrekken "ik moet nog effe naar de plee" of "shit ik ben m'n handschoenenvergeten. En dan er wat achteraan rijden. Auto om de hoek parkeren, jack aan, helm pakken, en niemand heeft het in de gaten". "Nou", zei ze, "je bent niet de enige hoor". "Vrijwel iedereen heeft zo wel z'n redenen en is op zoek naar contacten. Zie gele MG daar? Die is van Guz. Een de BMW 532? Van Sylvia. Die oude Jeep? Van Bonzo. Er staat ook nog ergens een vieze landrover, van Rik geloof ik, en nog een BMW 320, van Marco en Irma. Gis heeft een oude Nissan Laurel, en ik heb zelfs ergens een bed geparkeerd zien staan"." Maar van wie zijn die glimmende shoppers dan?" vraagt hij verontrust. "O, die zijn van een groepje waar we gewoon achteraan zijn gereden".

Badend in het zweet werd hij wakker, Jezus, wat een nachtmerrie! Verdomme, het is al half tien! En ik moet nog naar Utrecht! Snel aankleden, jas, broek. Snel effe koffie en een broodje. "Doei, tot vanavond!" "Hoe laat ben je weer terug, schat?" roept ze hem nog na. Snel de motor uit de stalling, gelukkig gister alles nog nagekeken, en getankt. "Shit, hij start niet!" Go$%(&@*me! Gelukkig, na de 6e poging slaat hij aan. Effe kijken, ik ga maar over de snelweg, anders kom ik niet op tijd bij de AC. Saaie weg, maar wel lekker rustig, mooi geluid zo'n motorblok bij 8000 toeren, een beetje als een stofzuiger, grinnikt hij. En langzaam doezelt hij weg ....

"Ach schat, doe je voeten even omhoog, dan kan ik verder stofzuigen". "Je moet trouwens niet te lang blijven zitten pitten, want je moet nog naar de stort, en hout halen bij de gamma, en de auto moet nog gewassen worden en je Willemijn moet naar tennis en Bart heeft Judo, En vanmiddag gaan we naar mijn moeder". "WAT" roept hij uit "en ik zou naar Safe gaan, het is verdomme mijn vrije zaterdag!" "Naar Safe, wat moet je daar nou weer" "Zeker weer motortjes gaan kijken, en je hebt niet eens je rijbewijs!" "En als je zo graag een motor wilt hebben, dan verkoop maar die caravan!" "Een caravan, O god, hebben wij een caravan !!??"

"Koffie!!!! opstaan luilakken". "Het zonnetje schijnt"." Zeker weer teveel kanonnen gezopen gister he!" Langzaam wordt hij wakker. Buiten de tent hoort hij, behalve het gekletter van borden en pannen, de eerste motoren als starten. Ha, lekker, gebakken eieren met spek. "He Bonzo, je hebt toch wel weer 10W40 ervoor gebruikt!" "Ja" roept hij terug, "minerale, synthetische is voor watjes"." En als je opschiet, dan zijn ze nog warm". Een einde verderop staan Sergio en Sylvia heftig te discussi?ren. Rik komt naast hem staan "die zullen elkaar wel nooit begrijpen, Sergio praat Italiaans, en Sylvia Latijn". "Zo, en nu ga ik me nu effe douchen". "Ja graag" roept iedereen. Ergens onder een boom zit Marco in z'n banden te kerven. Plotseling realiseert Gis dat hij wel errig eenzaam is en begint luidkeels "O Solo Mio" te zingen. Siergo's Italiaanse gemoed loopt nu over en begint iedereen te omhelzen. Snel zetten ze hun helm op, totdat iemand de helm bij Sergio op z'n hoofd drukt. Die stommeling heeft natuurlijk weer geen Rain-X gebruikt, waardoor z'n vizier prompt beslaat. Ondertussen staat Gis in de koffiepot te zeiken, en spuwt op enkele boterhammen. Gelukkig, alles is weer normaal.


Deel XI, nog eenmaal de tocht, door Sylvia

Deel XI, nog eenmaal de tocht, door Sylvia

Utrecht en Uithoorn, 5 april Afgelopen zaterdag vond de eerste toertocht van Cafe de Luie Motorfiets plaats. Hoewel via een wilde plakactie georganiseerd was uw correspondent toch op tijd om althans het begin niet te missen. Keurig op tijd waren daar Marko, bekend van ProMotor, maar moeilijk te herkennen zonder enige vrouw; Roland, een geheel in leer geklede oudere jongere met valvleugeltjes aan zijn motor, waardoor hij zich nauwelijks meer iets aantrok van de wetten van de zwaartekracht (of ze nou van Einstein of Newton waren); Rik, de onwaarschijnlijk jonge bezitter van een driecylinder, met een onwaarschijnlijke hoeveelheid haar; Erik, afkomstig uit het goed vertegenwoordigde Delft (real bikers live in Delft) met een enorm grote motor gezien zijn gestalte; Wouter, een Delftenaar die bij deze gelegenheid een BMW-helm voor ook-al-Delftenaar Steffen z'n neus wegkaapte, voor op zijn Africa Twin; en Sylvia, weer Delft, geheel in BMW gekleed met bijpassende lippenstift.

Niet aanwezig waren de Organisator en de Aanstichter. De eerste kwam slechts een half uur te laat, maar was in de haast het een en ander aan accessoires vergeten, zoals daar zijn een helm, sokken, een motorbroek, een motorjack, iets warms om zijn hals, (terwijl zijn baas nog wel grossiert in dat soort spul), en een motor. Schoenen had hij wel aan, dat moeten we toegeven.

De Aanstichter had er op gehoopt dat de anderen om 12 uur al vertrokken zouden zijn, maar dat plan mislukte.

De Organisator werd voorzien van de BMW-helm, maar niemand bleek extra sokken bij zich te hebben. Met algemene stemmen werd besloten dat hij bij Sylvia achterop mee zou rijden.

Een verslag van de eerste helft van de tocht moeten wij u helaas schuldig blijven. Uw correspondent was van plan achter de motorrijders aan te rijden in zijn auto, maar dat mislukte al na de eerste 250 meter, toen ze een voor een verdwenen tussen hekken die precies dat moesten voorkomen door naar een weg in aan- of afbouw. Gelukkig was het spoor redelijk eenvoudig te volgen door verbijsterde voorbijgangers te interviewen, die het gezelschap door fietstunnels en verboden-in-te-rijden-wegen hadden zien voortrazen.

In de buurt van Uithoorn konden we het verloop van een stuk van de tocht per verrekijker bekijken. Er maakte zich een kopgroep los, bestaande uit Sylvia met de Organisator, gevolgd door Roland, die verwoede pogingen deed tussenbeide te komen. De rest van het peloton bleef geruime tijd bij elkaar, maar op een gegeven moment zagen we de Aanstichter ontsnappen. Na een blik op het peloton was hij echter verdwenen. Wat er precies is gebeurd is ons helaas niet duidelijjk geworden. Het leek erop dat er een motor uit de afgrond naast de dijk werd opgetild, maar of dit de ZZR van de Aanstichter was of een XT van een onbekende?

Vanwege dit tamelijk onbevredigende verslag nog maar een paar interviews met een aantal cafe-bezoekers:

In een hoekje zit een man te grommen, Stan genaamd. "Ik vind er gewoon geen bal aan, waar die anderen het over hebben. Alleen maar gezeik. Gelukkig heeft die dame van de huishoudvereniging een lekke band, wordt er tenminste nog ergens over geluld."

In een ander hoekje zit iemand zijn kneesliders met schuurpapier te bewerken. Hij blijkt GuZ te heten: "Ik rij alleen maar over klaverbladen. Dat softe gedoe van zo'n tocht, mij niet gezien. Ik schraap liever het asfalt. Lekker vonken man."

Iemand aan wie duidelijk nog geen alcohol geschonken mag worden heet Ronald: "Als ik dat wil dan rij ik mezelf toch dood? Laten ze me maar weer oplappen, heb ik toch verdomme recht op? Die fascisten willen me zo'n kuthelm opzetten; mij niet gezien."

Kroegbaas Mostly Harmless was helaas niet voor commentaar bereikbaar omdat hij samen met klusser Marc (wie van die twee is nou de grootste?) en joviale rijinstructeur Anton van H. de toerrijders moreel aan het ondersteunen was. Zijn apen schonken ons een heerlijke Grolsch (met beugel).

Later hebben we Roland ook nog te spreken kunnen krijgen: "Zit ze z'n voeten te masseren. Zo kan ik het ook wel, gewoon je sokken thuis laten. Ik ben speciaal naar huis gegaan om er een paar voor hem op te halen; wil hij ze niet hebben. :-( "


Deel XI a - Zoals het had moeten gaan, door Sergio

Deel XI a - Zoals het had moeten gaan, door Sergio

Bonzo stalde z'n fiets bij het AC en baalde. Moest'ie z'n gymbroek verruilen voor een kleffe motorbroek. In 25 graden en windstil niet handig. Het beloofde een zweterige dag te worden. Sylvia tolereerde nu eenmaal geen blote mannenbenen achterop. Om 11.30 kwam eindelijk ook Sergio het AC binnen. Rik The Big, Marko, Sylvia, Erik, Wouter, Roland en Bonzo stonden op het punt te vertrekken. Geen minuut van deze prachtige dag mocht verder verloren gaan. Sylvia voorop, de rest erachteraan, richting aangeven was niet nodig, als door de Lieve Heer geleid vervolgde de groep zijn tocht langs plassen waar de eendjes vrijden en langs kastelen waar eens de Hollandsche Heren hun lijfeigenen lieten ruilverkavelen. De bochten werden gesneden als boter, van de sportieve motoren zag je af en toe vonken spatten als de voetsteunen het asfalt raakten. Wouter begon opeens luid te toeteren: hij had een Yamaha XT onderaan de dijk gesignaleerd. Allen keken ernaar. De berijd(st)er stond ernaast met een pruillip om de mond en een graspol op de helm. Gelukkig geen persoonlijke schade. Aan de remsporen kon je zien dat lentegedachten de oorzaak waren. Aangezien niemand iets ondernam, trok Sergio de stoute schoenen aan. Gesterkt door een kaasomelet gedroeg hij zich als de eerste de beste Jerommeke en tilde op eigen kracht berijd(st)er en Yamaha de dijk op. Met luid applaus werden ze ontvangen, de onfortuinlijke lenterijd(st)er en de held van de dag. Van puur geluk en teamzaligheid werd er om 4 uur ruzie gemaakt wie een rondje mocht betalen. Ach, het maakte niet uit. De tocht was dubbelgeslaagd: een prachtdag en een heldendaad. En het bier moest nog komen. Gezamenlijk werd de slotetappe naar Utrecht ingezet. Hoe mooi waren de uiterwaarden in de ondergaande zon. Bonzo zat een beetje moeilijk door de vele kievitseieren die hij in z'n broek had gestopt tijdens Sergio's heldendaad. Ook hij had zin in een omelet, nu hij doorhad welke krachten dat kon opleveren. Na de kelen gesmeerd te hebben met Palmbier in Boslust bracht een ijsje de perfecte afsluiting van een perfecte dag.

En toen werd Sergio wakker....


Deel XI b - Zoals het is gegaan, door Sergio.

Deel XI b - Zoals het is gegaan, door Sergio.

Sergio wreef in z'n ogen. Hij voelde zicht niet lekker na 3 uur slaap, keek uit het raam en hoopte stiekum dat niemand zou opdagen bij het AC. Wat een kutweer. Regen, harde wind. Hoezo tour? Zelfs een gek zou hiervoor op zaterdag z'n bed niet uitkomen. Om niet de slappeling te lijken kleedde hij zich snel aan, stapte op de fiets en reed naar het AC. Dat begon goed: normaal deed hij er 20 minuten over, nu 40. De groep werd meteen herkend. Rik The Big, Marko, Sylvia, Erik, Wouter, Roland en Bonzo De Sokloze waren er. Irma ontbrak, anders had ze wel achter Marko gezeten. Met tegenzin ging iedereen tanken. Erik vloekte. Geen loodhoudend spul. Ach, zei Bonzo, driemaal spugen en't is ook gesmeerd. Rik zocht wanhopig naar een afdekhoes voor de aansteker, vond slechts een condoom en vond dat ook weer te ver gaan. Roland had liever zonder helm gereden, maar hij was te laat (Rik had het condoom al weggegooid) en wilde niet nat worden. Het leek uren te duren alvorens de eerste stop werd bereikt. Over fietspaden, tegen het verkeer in, niets was te gek. Sylvia reed, Bonzo achterop snapte niets van richting aangeven op een BMW: als Bonzo naar rechts zwaaide, begon het linker knipperlicht te branden. De achtervolgende groep gokte maar wat. Spoedig na de eerste stop, waar de ontbrekende rijders scherpzinnig werden beschreven onder het genot van koffie en omeletten, besloot Bonzo het de rest moeilijk te maken en koos een sluipweg. Dit boerenweggetje was 1,5 meter breed, grensde links aan een kanaal en rechts aan een 3 meter diepe afgrond. Hier had hij duidelijk kaas van gegeten. Roland deed verwoede pogingen de combinatie Sylvia/Bonzo bij te houden, Sergio vond dat'ie z'n reputatie moest beschermen en volgde, de rest vond het te snel gaan en bleef angstvallig achter. Sergio was de verwekking van z'n 2e kind nog aan het overdenken toen 'ie eerst door de paardepoep reed en toen een bocht in dook. Dook? Ja, de dijk af. Gelukkig sprong hij op tijd van z'n motor, die dankzij de extreme rechtuitstabiliteit van deze Kawa rechtop naast de waterkant terechtkwam. Sylzo hoorde daarop het getoeter van Wouter, die niet meer bijkwam van het lachen. Sergio was overeind gekrabbeld en probeerde z'n motor overeind te zetten: te moe van de eerste etappes kon hij niet anders dan vloeken. Het team sprong bij en met vereende krachten werd de groene Kawa op de weg geholpen. Marko en Roland gaven een spoedcursus bochten rijden. Het weer werkte niet mee: de wind bleef, de regen bleef uit. Modderspattend werd de tocht vervolgd. Na een tussenstop waarbij sommigen leken in te slapen op het toilet en uit jaloezie de thuisblijvers werden vervloekt, werd de slotetappe naar Utrecht ingezet. Aldaar stonden Rik II, Marc de Klusser en Anton "Hoge straten vangen veel wind" op hen te wachten. Roland was in allerijl vertrokken, zich niet realiserend dat hij nog geld van Sergio kreeg voor het pontje. Gelukkig was de stomerij nog open. In burgerkleding vielen de meesten na een slok bier in slaap. Iedereen was het over een ding eens: na het doorstaan van deze proef zou Adrie z'n handen thuis houden. Nl. Motorfiets zou blijven!


Deel XII, Bouten en Joma, door Sergio

Deel XII, Bouten en Joma, door Sergio

Toen Rik voor het stoplicht stond had zijn ongeduld al grote vormen aangenomen. Rood aangelopen stapte hij uit zijn Ascona en liep op de motorrijder af: "He lul, zie je niet dat het al 2x groen is geweest?" De motorrijder was duidelijk in de war: 'Nanou nanou, met mij is het goe. En met joe?' Rik had het niet meer. Hij briesde en snoof als een overreden stier. "Waar wacht je op, man? Ik ben al vertraagd met een cylinder minder en nu ga jij ook nog ??ns voor oponthoud zorgen!" 'Ja, nanou nanou, hoor ??ns, ik ben de enige met een routekaart dus moet ik op de rest wachten. Hier gaan we rechts en geen hond weet dat. Ik heb geen zin om straks een buffet voor 80 man in m ?n eentje op te eten.' Rik dacht --Hee, buffet, ik heb al een etmaal niet gegeten (behalve dat Jomageval bij het tankstation maar dat sloeg zoals verwacht nergens op)-- en zei "Hoezo, buffet? Ik doe mee" . Het stoplicht was het daarop zat en ging oranje knipperen. In Elspeet vraagt men zich jaren later nog af hoe een motorrijder en een blik een stoplicht van slag brachten en in Uddel merkte men niets. Dit terzijde.

Al gauw werd het druk op het kruispunt en zag het zwart van de motorrijders. Hans met een onderkuip achterop voor Sergio, Sylvia met nierband (ze had nog last van haar bultrug na de laatste opduwoefening), Marko weer alleen want Irma gelooft Peter Timoteef, Bonzo achterop bij Steffie, Marcel en Guus met een knie op de grond, Rik Metaalwinkel onder de klei en de Duitsers, die tot ieders verrassing de laatste 10 km mee hadden gereden. Nadat een 10-tal fanatiekelingen de Ascona hadden aangeduwd ging de groep op weg naar het buffet.

In het restaurant ontstonden chaotische taferelen. In de eerste plaats omdat Sylvia nog steeds boos was dat Bonzo bij Steffie achterop was gaan zitten en niet bij haar. Steffie zei, dat Bonzo voor hem interessant was omdat hij een Banenpool had. De eethouding van Guus verbaasde iedereen: linkerbeen opgetrokken, linkervoet op de stoel, rechterbeen gekromd met rechterknie op de grond. Naar rechts eten gaat het vloeiendst , verklaarde hij en iedereen hem voor gek. Sergio en Wouter waren spoedig niet meer aanspreekbaar door het alcoholvolle bier, Steffie keek hen enigzins jaloers aan en dacht aan zijn vader die het gebruik van alcolhol strikt verboden had wanneer men mensen achterop moest nemen. Op verzoek ontstond een polonaise om te bezien hoe snel na de eerste stap van de achterste persoon de voorste in beweging zou komen. Sylvia wilde niet voorop, want ze was net in Australie geweest. Tijdens het hakken begon een bijzonder vervelend stel met salade te gooien. Roland ging naar buiten, haalde een Pan en reed op hen in. Waag het niet nog eens mijn vrijheid in te perken riep hij. Zijn actie werd met luid applaus ontvangen.

Na een paar uur was iedereen zo moe, dat besloten werd om van de rest van de tocht af te zien. Mork was laaiend en beloofde een dergelijk evenement nooit, nee nooit, meer te organiseren.


Deel XIII, Moet wel fout gaan, door Sylvia

Deel XIII, Moet wel fout gaan, door Sylvia

Dilligaf gaf z'n hond nog eens een keer een schop. "Schiet nou eens op, ik heb het hier nou wel weer gezien op die dijk."

Dat had hij gedacht, want de grootste groep motorrijders moest nog langskomen. Rik, die net zo gek wilde worden als Roland, als hij groot was, had aan Sergio gevraagd een dijktocht uit te zetten om het vandedijkdonderen onder de knie te krijgen. Opeens bleken er heel veel aspirantledenvandebaggervallerij te bestaan, die allemaal mee wilden.

De meesten reden achter Sergio aan, maar Stan en Sylvia waren achtjes aan het oefenen (want op een dijk gaat dat gemakkelijk samen met vandedijkafdonderen). Sylvia's motor was gemakkelijker, maar zij had uiteraard weer Bonzo achterop, hoewel ze daar wel een gevecht met Steffie voor had moeten leveren, maar na de bultrugopdruk oefeningen was die geen partij voor haar. (Sylvia deed het fantastisch, maar Stan donderde voortdurend van de dijk) (kijk Stan, dat is nou het leuke van Soap).

Sergio zette het tempo er flink in. Hoe meer koeiestront, hoe liever hem de dijk, en deze was daar fiks van voorzien.

Zulke fantastische motorrijders had Dilligaf nog nooit gezien. Met een enorme snelheid kwamen ze dichterbij, bochtjes nemend alsof ze Duitsers waren. Het hoogtepunt was nu dichtbij.

Als geboren leider (even voor het Italiaanse gemoed) nam Sergio de eerste duik, precies over de hond van Dilligaf heen, op magistrale wijze: met het gas erop, en rechtuit, precies zoals het hoort. Sergio, als meester-dijkafdonderaar, maakte zelf een salto en eindigde op zijn benen naast Dilligaf, om de rest van de groep van kritisch commentaar te kunnen voorzien.

Rik en Gordon durfden nog niet zo goed, en gleden een beetje halfslachtig van de dijk af. "Better fly off a dike Then become normal" riep Gordon nog, maar dat hielp niet meer. Eerst maar wat ouder worden.

Steffie kwam eraan rijden, riep "help, ik moet geloof ik werken", en door zijn aarzelingen ging alles mis. Hij probeerde de hond te ontwijken, en reed remmend & scheef erover heen. "Shit, nou kan ik weer opnieuw beginnen die motor op te lappen." was het enige dat Steffie kon uitbrengen.

Patrick vroeg voortdurend aan iedereen of hun motor DE motor was, en keek meteen de andere kant op bij bevestiging. Hij was daar zo druk mee bezig dat hij de bocht in de dijk niet opmerkte, en een prachtige maneuvre maakte, want alles gaat tenslotte beter als je het door je motor laat doen.

Roland had wat bezwaren in verband met de hond. "Een vegetarier rijdt niet over honden" riep hij, terwijl hij de duik maakte via de plaats waar Dilligaf even tevoren nog stond, maar nu lag. Zijn vleugels bezorgden hem een prachtige landing, en tijdens de vlucht wist hij een picknickmand tevoorschijn te toveren. "En wie er nou nog durft te beweren dat ik volwassen ben die dondert maar van de andere kant van de dijk." riep hij naar de diverse, voornamelijk kreupele andere aanwezigen aan de onderkant van de dijk. Dilligaf z'n laatste woorden waren "Wow, dat was geen nep-man".

Stan kwam al mopperend via de onderkant van de dijk aanrijden. De enigen die nog boven waren waren Sylvia en Bonzo. En die gingen er vandoor.


Deel XIV, door Sylvia

Deel XIV, Door Sylvia

De dijk-afdonder-tocht was dus in een tamelijke ramp geeindigd: alle motoren + berijders in sterk wisselende conditie onderaan de dijk, en Sylvia & Bonzo er vandoor op de aardhommel.

Nou leek dat veel asocialer dan het was, want ze waren gewoon op zoek naar een touwtje om met de aardhommel als trekker de rest naar boven te slepen (ook al om te oefenen voor 14 juni, de dag waarop Hans Oostendorp z'n Magna geheel onder de modder zal verdwijnen, maar gelukkig te herkennen zal blijven aan het Kalahari-gele nl.motorfiets-vlaggetje).

Dat touwtje was moeilijk aan te komen, want Bonzo riep voorbijgangers, in plaats van ze om zo'n touwtje te vragen, luidkeels toe: "Ze heeft maat 36", zodat de dijkbewoners ze met open mond aanstaarden, en geen touwtjes tevoorschijn haalden. Een niet zo gisse dijkbewoner begon nog iets over schapen te zeggen, maar hij wist niet of er nou wel of geen N in zat, en hij kon niet zo goed lezen, dus daar hadden ze ook niet veel aan.

Gelukkig verschenen daar Nadia, Leontien en Bonnie; de laatste op haar motor, de eerste twee lopend. Met z'n vijven besloten ze het touwtje maar te laten zitten, en de arme gestrande nl.motorfietsers maar te proberen geestelijk en anderszins te ondersteunen.

Dat lukte redelijk, want Sergio's Italiaanse gemoed stroomde vol bij het horen van de naam Bonnie, en het zien van haar lach, en hij begon Russisch te declameren. Steffie en Rik vlogen elkaar aan in hun poging Nadia of Leontien achterop te krijgen. Bonzo en Roland deden ze nog wat adviezen aan de hand over betere manieren om aan een achteropzit/vooropzitvrouw te komen, maar de benjamins dachten dat hun kemphaangedrag beter zou werken dan de trucs van hun adviseurs.

Roland begon daarom maar zijn goed-gevulde picknickmand te delen met een aantal personen die hem bijzonder dankbaar waren. Terwijl Bonzo rondhuppelde (op z'n blote voeten natuurlijk) en iedereen over zijn nieuwe vriendinnetje vertelde, Sergio overgelukkig keek vanwege huiselijk geluk *en* een Bonnie met lol in haar leven, Rik en Steffie radeloos werden vanwege hun onbevredigde verlangen naar twee armen om ze heen op de motor, Roland "fuck the bloody system" roepend heel erg lief was voor iedereen, Mostly Harmless nieuwe balhoofdlagers, een trapje, en zelfs touwtjes tevoorschijn wist te halen, Marc op zijn CB voorzichtigjes door de modder probeerde te rijden en heel zachtjes mompelde dat hij misschien wel een BMW wilde hebben, Hans Oostendorp vergeefs een burn-out probeerde daar onderaan die dijk, en Sylvia even stilletjes lag te genieten van de zon die eindelijk scheen, verscheen tot ieders verrassing Gordon Shumway, die declameerde:

This day was a happy day

We want to lay here in the hay

And never ever go away

Because we feel so glad and gay

Let's all together go astray

And make this happy feeling stay

In the nl.motorfiets Cafe.


Deel XV, Huize "De Horizon" door Marko en Irma

Deel XV: Huize "De Horizon", door Marko en Irma

Langzaam, voetje voor voetje, ging hij voort. Hier moest het toch ergens zijn. Oh ja, om de hoek RA, 1e LI... Shit, wie verzint er nou een trap voor een bejaardenflat! "Klote organisatie!" riep hij luidkeels, terwijl hij de buitendeur opendeed. "Dag zuster." zei hij bij de balie, "Ik kom voor de dokter." Glimlachend keek ze hem aan. Hij was niet de enige die vandaag zou komen, wel de eerste. "Hoe is Uw naam?" "Peter." antwoordde hij beleefd. "Peter?" vroeg ze, "U staat niet op de lijst van gasten." "Zal wel bij de G staan, van Gis." "Oh ja, hier heb ik het, U staat er inderdaad op, we hadden alleen gedacht, dat U wel niet zou komen. 5e verdieping, kamer 500."

De lift bracht hem rustig boven. Op die leeftijd past geen snelheid meer, tenslotte. Na enig zoeken vond hij de kamer en belde aan. Het kon eigenlijk niet missen. Er stonden twee levensgrote letters op de deur, een X en een T. Kamer 500... De deur ging open. "Dag Bonzo." "Ha die Gis, leuk dat je er bent. Sylvia is er natuurlijk al, maar verder is er nog niemand." "Ja, ik dacht, ik kom maar vroeg, voordat de anderen er zijn. Kunnen we nog even rustig praten." "Nou, leuk joh. We waren net oude foto albums aan de doorkijken en wilden aan een volgende beginnen." "Kijk, dat vind ik nou pas echt leuk," zei Peter, "lekker achter de geraniums fotootjes kijken." ("Klootzak die ik er ook ben." dacht hij bij zichzelf, "Waarom moest ik vroeger nou zo'n eigenwijze eikel zijn. Nou heb ik het allemaal gemist...") "Ha, die Syl, lang niet gezien." "Ha Gis, welkom." "Ik hoorde dat jullie foto's gingen kijken. Welke?" "We zouden net beginnen met de Baggerrag en Vette Hap. Welk jaar was dat ook weer, Bonz?" "1997, 14 juni." schreeuwde Bonzo uit de keuken. Hij had speciaal voor deze dag de keuken opgeruimd en was koffie gaan zetten. Vanmiddag, als Gis weg was, zou Wouter komen en de rest en dan zouden ze frieten gaan bakken, net als elk jaar. Oh ja, en Steffie zou ook komen natuurlijk. Een glimlach verscheen om zijn mond. Tamara had toch maar mooi oppas weten te regelen, anders moest Steffie alweer alleen komen.

"Kijk Gis," dit is het AC in Delft, oh nee, nou verGis ik met, sorry, grapje, het is bij McDonalds. Tja, het is ook alweer zo'n tijd geleden, he?" "Hoe laat begonnen jullie toen ook alweer?" vroeg Peter. "11 uur." zei Bonzo, "hier is je koffie, gal-zwart toch?" "Wie waren er ook alweer" wilde Peter weten. "Oh bijna iedereen, alleen Bonnie niet en ook Sergio niet, die had natuurlijk weer een smoes." zei Sylvia. "We hadden net dat andere fotoalbum bekeken en toen was 'ie van de dijk gedonderd. Daarna mocht hij van z'n vrouw niet meer mee." "Ja ja." zei Peter. ("Ik mocht vroeger ook nooit mee van mijn vrouw" dacht hij.) "En toen...?" "Toen zijn we in twee ploegjes naar de Maasvlakte vertrokken. Het eerste groepje met Wouter en het tweede met Syl." zei Bonzo. "Tja," antwoordde Sylvia, "maar we hadden ze toch mooi zo weer ingehaald, he?" "Je bent fantastisch, Syl, net als m'n XT." zei Bonzo, terwijl hij zijn sokken uittrok. ("Wat kriebelen die dingen toch steeds." dacht hij.) "Heb je die XT nog steeds?" vroeg Peter. "Oh ja, niet kapot te krijgen." antwoordde Bonzo. "Af en toe start ik hem nog even, voor het geluid, weet je wel. Overigens heb ik alleen het blok nog, het frame en de wielen mochten hier niet op de kamer." ("Wat was er vroeger toch ook alweer mis met Gis?" vroeg Bonzo zich af. "Hij was altijd zo gauw oververhit. Oh ja, de koeling was verkeerd, er moest eigenlijk een andere kop op...") "Zeg Syl, heb jij de losse kickstarter nog ergens gezien?" vroeg Bonzo. "Ik ben hem steeds kwijt..." "Zit 'ie niet gewoon op het blok? Anders zal ie er wel afgevallen zijn."

"Wie is dit op die foto?" vroeg Peter. "Oh dat is Hans Oostendorp. De enige met zo'n sjopper. Man, wat kon die kerel rijden zeg. Zo het zand in, de heuvel op, geen enkel probleem. En... met vlaai achterop. Voor als hij vast zou komen te zitten en wij hem eruit hadden moeten trekken." "Maar dat was niet nodig, hoor," viel Bonzo bij, "sjonge, wat een boodschappen kar!" "D'r staan op deze foto's trouwens ook een heleboel motoren te niksen, he?" zei Peter. "Tja," zei Bonzo, "d'r zijn er altijd die wel willen, maar niet durven." "Kijk hier," zei Sylvia, "dat politie busje. We mochten daar wel met z'n dertigen in een achtje, maar niet in het zand. Waarschijnlijk omdat er geen notaris bij was. Maar ja, d'r mocht zoveel niet..."

De bel ging en Bonzo deed open. "Ha die Wouter, je hebt de frituurpan meegebracht? Had niet gehoeven hoor. Dit huis heeft een eigen keuken en de kok brengt de frieten wel boven." "Ha, die Syl." "Hoi Wouter. We waren net bij de foto's van de lunch pauze, maar ja ze waren net gesloten he, weet je nog?" "Zeker, dat was niet zo'n beste beurt toen, maar ach... ik had gelukkig lollies achter de hand." "Ik dacht dat je pas vanmiddag zou komen?" zei Sylvia. "Och, ik wou Gis nou ook wel eens ontmoeten."

"Kijk, hier staan we allemaal op de pont. D'r zijn mooie en vieze motoren bij, leuk he? Eigenlijk zijn de vieze de mooiste. En de echtste..." zei Bonzo. "Hier, mijn oude GS." riep Sylvia verheugd, "Kalahari geel, met krassen natuurlijk." Er rolde nu toch een traantje uit haar ooghoek. "Steffie moest toen nog oefenen om indruk te kunnen maken op Tamara. Maar hij reed te hard en remde te laat en de ABS had ik uitgezet. Toen ging 'ie op z'n plaat." "Kijk hier, toen waren we terug in Delft, lekker buiten op de stoep frieten eten met sate-saus en kroketten en frikandellen en Cola natuurlijk." "Tegen de roest zeker!" viel Peter uit. "Oh sorry, zo bedoelde ik het niet." "Natuurlijk, dat weten we wel, hoor Gis!' riepen de anderen in koor. "Wil je ook koffie, Wouter?" "Lekker, met suiker graag en veel melk." zei hij toen hij zag dat Peter z'n koffie zwart dronk. Het lepeltje lag krom op het schoteltje. "Ik zal ook vast verse koffie zetten." zei Bonzo. ("Steeds 500 cc tegelijk, dat is toch nog steeds de beste hoeveelheid." dacht hij.) "Nou, ik stap maar eens op." zei Peter opeens. ("Straks komen de anderen ook vroeger en die konfrontatie durf ik niet aan." dacht hij in zichzelf.) "Dag Gis."

"Waar heb je die andere foto's?" vroeg Wouter. "We hebben toch 's avonds ook nog met z'n allen een ijsje gehaald bij Bokhoven?" "Nee, die was dicht, weet je nog?" zei Sylvia. "Zeker, dat was niet zo'n beste beurt toen, maar ach... gelukkig zijn er in Delft meer ijszaken die Venezia heten." "Dat andere ijs was ook heel lekker, hoor Wouter, toch?" zei Bonzo. "Kijk hier, het pleintje." zei Sylvia, "daar kwamen we nog weer die twee tegen die al hadden afgehaakt. Die ene had een TDM, geloof ik..." "Wat klonk die mooi, he, zo laag... het gaat eigenlijk alleen maar om het koppel." mijmerde Bonzo.

Peter liep de trap af. Naar beneden ging nog wel. "Oh shit," mopperde hij, "daar heb je alle anderen al." Snel ging hij met zijn rug tegen de muur staan, zodat ze hem niet zouden zien. "Nou ja, ze zullen mij toch niet herkennen, de meesten hebben mij nog nooit gezien, tenslotte." mompelde hij in zichzelf. "Kijk daar heb je Roland en Marko, en Eric van Bokhoven en Gerard en Harry Sloots en Koen van der Linden en Marc van Beek die de nl.motorfiets lentetoertocht had georganiseerd en Hans Oostendorp en Steffen Moorrees en Meine en Karin en Henry de Kuijer en Mostly Rik Steenwinkel, Rubberen Robbie en Wolter en Edwin van Elk van de nl.motorfiets zomertoertocht met Nathalie Penders, ennuh hoe heette die andere nou ook alweer..." (is iedereen genoemd? redaktie) Toen ze voorbij waren kwam hij weer van de muur vandaan. Schichtig keek hij om zich heen, trok zijn kraag nog eens verder over zijn oren, toen... Plots klonk er een ongelooflijk lawaai door het trappenhuis. Het leek wel of er een motorbende huize De Horizon binnenreed. Daar kwam de zuster al aanstormen. "'t Zal die XT Dokter wel weer zijn met z'n vriendjes." riep ze woedend. Door haar haast zag ze Peter niet staan. Zo snel als hij kon verliet hij "Huizen De Horizon"

"Taxi......!!!"


Deel XVI: De Kataren. Door Sergio

Deel XVI: De Kataren. Door Sergio

Koning Stan I was het gewend: een kleine ruk aan het touwtje deed wonderen. Binnen een paar seconden stond de kamerier voor zijn neus. Sire? vroeg hijnederig. Beste man, ik wil je een dringende en ernstige zaak voorleggen. De kamerier knikte: Sire, uw wens is voor mij een bevel. Da?s mooi, zei de koning, ik wist dat ik je kon vertrouwen. Kun je je nog herinneren hoe we de Kataren 10 jaar geleden in de pan hakten? Jazeker, majesteit, ik was erbij! riep de kamerier quasi-verontwaardigd. Welnu, het muisje krijgt een staartje. Ik heb daarom gevraagd aan Kolonel Putten om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Toen de Koning weer aan zijn touwtje trok stapte een lijvige officier de zaal binnen. Sire, goedemiddag, ik wens U en de uwen goede gezondheid en heftige sex. De koning keek met irritatie naar de kolonel: zeg, Putten, die toespelingen op mijn edele onderdelen kun je thuislaten. Of wil je terug naar het front? De kolonel bloosde, stotterde, prevelde een excuus en ging zitten. De koning vervolgde: om niet te riskeren, dat jullie gehavende hersencellen je geheugen hebben aangetast zal ik jullie een stukje voorlezen uit de annalen van ons landje. Graag Sire, zeiden de anderen in koor.

Augustus 1997. Het gevaar dat uitgaat van de Kataren nam toe. Niet zozeer door de toename van het aantal aangesloten, doch meer wegens de toename van de uitbundigheid waarmee ze hun geloof beleefden. Vele bossen hadden na het bezoek van hen gekapt moeten worden, vele sloten drooggelegd. Koning Stan I besloot in zijn wijsheid dat de tijd was aangebroken om tot overleg te komen. Hoewel hij walgde bij het idee om de aanvoerders in levende lijve te ontmoeten, realiseerde hij zich terdege dat dit de enige weg was om een oorlog te vermijden. Op de 15e arriveerde de delegatie in het buitenhuis. De kamerier trachtte de sfeer bij voorbaat te verpesten door de koning te wijzen op het feit, dat de Kataren via boswegen bij hem waren aangeland. De koning trapte er niet in. Er hing een rare lucht om de groep, die door de koning associaties opriep met zijn jaarlijkse sexuele uitje. De kamerier, gebrand op het mislukken van het overleg, herkende de geur van lavendel en zei niets. Nu dient de lezer zich te realiseren dat niemand ooit onderzoek heeft gedaan naar waar de Kataren daadwerkelijk in geloofden: insluipers en spionnen beschreven onmenselijke rituelen, irrationaliteit (alle leden leden hieraan), anarchie en verafgoding van dieren. Dit laatste werd beschreven door de beroemdste spion aller tijden, Don Gis. Hij werd na zijn ontmaskering door een springgeit mishandeld. De groep was een ratjetoe. Een aanvoerder was niet aanwijsbaar, dus stak de koning van wal: Wie is Bonzo? Een kleine besikte man in lompen gehuld rende naar voren. Ikke! riep hij. Wachten, arresteer die etter! riep de koning. Onmiddelijk sloot de groep zich om Bonzo. De Kataren hadden nu door dat ook een koning onbetrouwbaar kon zijn en liepen langzaam naar buiten. De kamerier glimlachte, zonder inspanning zou hij zijn zin krijgen. Dezelfde avond werd hij ontboden door de koning, die hem vroeg voor de volgende dag een verrassingsaanval voor te bereiden. Als beloning zou hij zich (en na hem alle mannelijke afstammelingen in de rechte lijn) Burggraaf mogen noemen.

In de volgende namiddag bivakkeerden de Kataren na een lange rit bij 1 hunner huizen. Het vlees lag klaar, het vuur werd warm: er zou gegeten en gezopen worden. De voor het moment aangewezen vleesbaas Roland (afstammeling van het beruchte huis Ausmosten) had het hoogste woord. Hij vloekte en tierde, omdat de aubergines niet op de barbeque bleven liggen. Een kleinere man gaf hen een tip: maar je doet het fout. Je moet ze niet neerleggen, maar eerst snijden. Zo zijn ze niet plat, maar rond. De vegetaristen hadden last van Bonzo, die op 1 wiel tussen hen doorreed. Met lavendelblaadjes verjoegen ze hem. Een man trok bijzondere aandacht, aangezien hij onwennig op een motor zonder stuur reed. Ene Marko riep hem tot de orde: He Big, in de schuur ligt een reservestuur, dat rijdt makkelijker! Big trok zich nergens wat van aan en kwam tot stilstaand tegen een bij.

Op het moment, dat de eerste tanden zich begroeven in zacht vlees en iets minder zachte aubergines, stormden de soldaten aan. Sindsdien vernam niemand iets van de Kataren.

Heren, nu uw geheugen is opgefrist kan ik U vertellen waarom U hier zit: wist U dat de Kataren onbeschermd leefden? De Burggraaf en Kolonel Putter schrokken, zwegen en bloosden. We hadden moeten nadenken, vervolgde de koning. We wisten dat die idioten onbeschermd op hun rossen reden, we konden dus weten dat hun sexleven onbeschermd zou zijn! Stelletje stumperds, ze hadden kinderen! Die kinderen plannen nu een wraakzuchtige tegenaanval! Godverdomme, zuchtte Putter, komen we dan nooit van ze af?


Deel XVII: De dollemansrit der Kataren, door Marc

Deel XVII: De dollemansrit der Kataren, door Marc

Een mooie zomer ochtend . Het is rustig in het afgelegen dorpje. Alleen het knersende geluid van karwielen, en het gestommel van de vroege marktkooplieden is hoorbaar. De eerste klanten vertonen zich tussen de kraampjes, en er wordt nog eerbiedig gedempt gepraat, om de vroege ochtendrust niet te verstoren. Een ver gerommel doet van zich horen .Hier en daar kijken de mensen op. Onweer? Langzaam wordt het luider. Een beklemmende angst maakt zich van de bevolking meester: Kataren! Kooplui beginnen snel hun spullen in te pakken. Moeders zoeken schichtig naar hun kroost, en sleuren ze naar binnen. De mannen verzamelen zich in portieken, om zo angstvallig hun dorp te kunnen verdedigen. Met een donderend geraas komen de eerste het marktplein op. Rijden tussen de stalletjes door, en stoppen voor de lokale herberg. Met veel kabaal stappen ze van hun ros, en beginnen elkaar uitbundig te begroeten. De herbergier heeft er niet zo?n moeite mee. Hij is wel moeilijk volk gewend, en het brengt geld in het laadje. Steeds meer komen er, vanuit alle windstreken van het land. geroepen door de stem van Free?Agent of Netschaap. Op hun rossen, welke ze liefkozende namen gaven. Beemer: een Germaans ras, met hangtieten. Laveerda: een volbloed Italiaan, met legendarische geschiedenis. Traajumf: een phoenix ras, van het eiland Brittania. Ook bastaard Beemers (met wat Italiaans bloed) . Maar vooral de oosterse rassen zijn ruimschoots aanwezig. Vreemd klinkende namen als ?Onda, I?amaga en Zisuko. Goudvleugels en Vogares : grote rossen, met trotse ridders en fiere dames achterop. Daartussendoor schieten vrijbuiters op de kleine volbloeden:. Ikstee, (een bijna uitgestorven soort, welke in leven wordt gehouden door voortdurende transplantaties). De Cbee SfenFtee, behorende tot een mythische soort, welke volgens berijder Riksbig vrijwel nooit behoefte had aan enige aandacht, als je er maar op reed. Niet alleen mannen berijden de rossen: ook de stoere vrouwen. De eerst aangekomenen staan reeds ongeduldig te trappelen. Ze willen gaan voor hetgeen waarvoor ze gekomen zijn: De Dollemansrit. Doch ook enkelen kijken speurend om zich heen, zij zijn op zoek naar degene die alles nog kon bederven. De beruchte, achterbakse spion: Don Gis. Niemand weet echter hoe deze eruitzag.. Ridder E?dwin doet zijn best enige orde in de troep te behouden en te laten wachten totdat iedereen er is. De eerste beginnen zich echter al gereed te maken voor vertrek. De uitrusting wordt aangetrokken, en helmen opgezet. (Door dergelijke uitdossing is het zelfs voor de Kataren onderling moeilijk het geslacht van de berijder te bepalen. Daardoor komt het regelmatig voor dat iemand verlekkerd achter een kontje aanrijdt, wat later tot een manspersoon bleek toe te behoren. Met veel hilariteit wordt dan beweerd dat het de fraaie achterkant van het ros is dat de aandacht trok.) Daar vertrekken de eersten. Stuivend verlaten ze het dorp, elkaar links en rechts inhalend om ze snel mogelijk bij die volgende bocht te kunnen zijn. Voetgangers en karren gaan angstvallig aan de kant om al dat geweld te laten passeren. Alleen ridder E?dwin blijft ongeduldig achter, wachtend op eventuele laatkomers. Daar komen ze, een forse ridder op Panoplied, een geheel gepantserd ros, met een gevolg van drie schildknapen. Na de eerste dorst gelest te hebben wordt de achtervolging ingezet. Slingerend door bossen en velden worden de grote wegen vermeden. Het fraaie landschap flitst aan ze voorbij, maar daar hebben de meesten geen aandacht voor. In de pittoreske dorpen stuiven kinderen en kippen aan de kant. Nog sneller door die bocht, nog platter. De eerste herberg komt in zicht. Daar zitten de eerder vertrokken Kataren reeds aan de verfrissingen. De rossen worden in een weide losgelaten, waar ze bezweet gaan staan uitrusten. Luidkeels worden de laatkomers verwelkomt. Een fraai uitzicht over de weg. Menig rosruiter ziet de Kataren voor de herberg en probeert onopvallend voorbij te komen. Anderen proberen met veel bravoure de Kataren stijl te imponeren. Beiden worden met veel gejoel weggezwaaid.

Na deze korte onderbreking gaat de troep weer op pad. Met veel geloei worden de rossen aangespoord tot onmenselijke prestaties. Voor sommige is dat echter teveel en blijven achter in een rustiger tempo, waarbij de vurige rossen zich al snel uit de groep losmaakten. Een, waarschijnlijk door Don Gis, opgeworpen barikade van bomen en zand wordt achteloos genomen. Het eerste slachtoffer. Marco, een leerling bandiet (in zijn streek een zeer eerzaam beroep) krijgt problemen met z?n ros. Deze stort aarde en geeft verder geen teken meer van leven. Na enig trek en duwwerk door gestopte Kataren komt er echter weer geluid uit z?n ros. " Heb je ?m wel genoeg te drinken gegeven" wordt er lacherig geroepen, wat later ook de werkelijke oorzaak blijkt. Solidair verzamelden zich een aantal Kataren om de pechvogel, om indien nodig, weer behulpzaam te zijn. Nog tweemaal weigert z?n ros nog een stap te verzetten. Een rivier belemmert de verdere doorgang. Ridder E'dwin sommeert met een krachtig hoorngeschal de schipper hen over te komen zetten. Na een rustige overtocht wordt te tocht vervolgd.

Nu gaat ook de vermoeidheid een rol spelen. Bij het naderen van de stad moet langdurig in de brandende zon gewacht worden voor de ophaalbrug. Voor een aantal is de hitte te veel en hun ros weigert verder te gaan. Na veel vertraging komen echter ook de laatsten bij de volgende herberg aan. Uitgehongerd vallen ze aan op de uitgestalde spijzen: soep, brood en vlees. De blozende herbergiersdochter blijft de ene na de andere lekkernij aanslepen. Daarbij geholpen door de grootmoeder. "Zuurmelk, wij willen zuurmelk" wordt er geroepen. Kannen vol komen er op tafel, waarna deze door ridder Marcus in een teug worden geledigd.

Het laatste stuk. Een slingerende weg langs rivieren. Karren worden onverschillig, of met veel enthousiasme ingehaald en achter ze gelaten. Sommige andere weggebruikers proberen zich achter heggetjes te verschuilen "Dat had je nou net niet moeten doen" wordt er geroepen "nu kan ik ze niet goed zien" terwijl ze er vlak langs stuiven. Het tweede slachtoffer. Er is iemand van de weggeraakt. "Kwalijkzakie" wordt er gemompeld. Met vereende krachten wordt zijn ros weer op de weg geholpen, en rechtop gezet. Verschrikt kijken de Kataren naar het ros "ZetzetR!" gaat het door de groep. Er worden afwerende gebaren gemaakt, en sommige slaan een kruis. Snel wordt de plek des onheils verlaten.

De cirkel is rond. Iedereen is weer terug op het punt van vertrek. Niemand had gewonnen, maar ook niemand had verloren. "Een prachtige dag" wordt er gezegd. Volgende keer weer. De Kataren nemen , op het terras voor de herberg, een laatste verfrissing tot zich, voordat ze de thuisreis weer ondernemen. Een oude man op een snorros komt voorbij. Zijn blik dwaalt nieuwsgierig over de groep Kataren. "Don Gis!" gaat het fluisterend door de groep. Voordat echter de arme man van zijn snorros wordt afgerost, komt men al tot bezinning: "Nee, deze is echt te oud". De man vervolgd zijn weg, onbewust van het gevaar waaraan hij zojuist is ontsnapt. De lokale Veldwachters komen quasi nonchalant langs. Snel nog even hun uitrusting vastzettend en rechttrekkend . Ze worden lachend nagekeken. "Tot de volgende keer" wordt er alweer geroepen. De eersten vertrekken. De rossen krijgen nog snel wat te drinken voor de terugreis. Na een uitbundig afscheid van iedereen, verlaten ook de laatsten het dorpsplein. Het gedonder verdwijnt in de verte. Voorzichtig begint een vogel te fluiten. De dorpsbewoners komen aarzelend uit hun huizen. Alleen de herbergier lacht.


Deel XVIII, 2050, zou het hier ooit van komen? Door Rik

Deel XVIII, 2050, zou het hier ooit van komen?

Europa rust onder het juk van de Brusselse bemoeiziekte.

Jassen en broeken met led'jes, helmen met ingebouwde schijnwerpers, toerentalbegrenzers, max pk grens en honderden maatregelen meer van onze Brusselse vrienden hebben het aantal motorrijders in Europa teruggebracht tot een stuk of honderd.

Te veel nog vinden hun kiezers, hoofdzakelijk koekblikrijders. Nog steeds rijden die motorrijders onverantwoord, te hard, en wat absoluut onverteerbaar is, ze rijden tussen files door. Als wij koekblikken in het dichtgeslibte europa maximaal 15 km/u mogen rijden dan dan dan komt er zo'n motorrijder voorbij dat dat dat mag niet. En Brussel, met het oog op de verkiezingen, laat de commisaris voor verkeer, Miep May-Weggen-Jorritsma (jawel), een maatregel bedenken om de laatste motorrijders hun plezier te vergallen. Een geniaal voorstel, zo roemden de collega's van Miep. Eindelijk van die anarchistische motorrijders af. Onder het mom van het verbeteren van de verkeersveiligheid voor motorrijders had Miep haar reageerbuisbrein op volle toeren laten draaien. In alle talen gingen de kennisgevingen naar de 104 laatste motorrijders van Europa. In de diverse Europese landen was het een koude douche, die donderdag 18

november 2049. Verheugd op een lang motorweekend wegens de vrije vrijdag, de Eurocomissarisdag, kwam de klap des te harder aan. Geen enkele motorrijder is dat weekend op de weg gesignaleerd.

Miep had de volgende maatregel bedacht:

----------

Geachte ....

U staat geregistreerd als bezitter van een motorrijtuig met meer als 1 doch minder als drie, en zeker geen vier wielen. U dient zich te melden op 1 januari 2050 op de top van Alp D'huez alwaar aan bovengenoemd voertuig aan beide zijkanten van het achterwiel, op minimaal 75 cm van dat achterwiel, door middel van een vaste triangelconstructie een zijwiel van tenminste 30 cm doorsnee wordt gemonteerd.

De uitleg bij deze maatregel luidde als volgt:

Deze toevoeging aan uw motorfiets is bedoeld ter uwer veiligheid. Gezien het grote aantal omvalongelukken hebben wij besloten uw hobby voor u veiliger te maken. De kosten voor deze maatregel worden geheel door Brussel vergoed.

----------

Door heel Europa schaterde dan ook telkens een enorme lach. Deze maatregel was alleen bedoeld om te voorkomen dat er nog tussen files werd doorgereden. Een lach die ook weer plotseling stopte en overging in een verontwaardigd geschreeuw.

De laatste alinea van het Brusselse (s)decreet luidde als volgt:

----------

Weigert u uw voertuig te laten voorzien van genoemde veiligheidsmaatregel dan leidt dit onherroepelijk tot inbeslagname en vernietiging van uw voertuig.

----------

Dit was dus het einde, weigering betekende inbeslagname, laten monteren en de Alpen werden de laatste rustplaats van de geliefde motor. Mieps had het goed voor elkaar. Nee, dat weekend werd er geen motor gereden. Alle communicatie middelen werden aangesproken en uiteindelijk was ook de laatste Tjetsjeense motorrijder verwittigd. Dit was geen maatregel, maar een regelrechte oorlogsverklaring. Dinsdag 25 december, een paar dagen voor het einde van de motorrijder, verzamelen voor overleg. Place de campagne, Bastogne. Diep in de Ardennen, waar koekblikken geen partij bieden. Reeds de 24e s'avonds was ook de laatste motor aanwezig. In navolging van Mcallister paste hier maar een antwoord op Miep's maatregel: "NUTS"

Die nacht van de 24e werd door de 104 een broederlijk verbond gesmeed, een voor allen, allen voor een. Het begin van de ommekeer was geboren. Besloten werd op 1 januari niet naar de Alpen, maar naar Brussel koers te zetten en op de nieuwjaarsdag, geheime code "M-day", het masterplan uit te voeren. De 25e en 26e werd er nog flink gefeest, en de laatste paar dagen voor M-day werden gebruik voor invasietraining.

1 januari, 600 uur, mistig en nevelig, het bataljon motorijders, het 104e, trok ten strijde voor een blitskrieg tegen Brussel. 8 uur, in groepen van 8 worden de posities op de invalswegen rondom Brussel ingenomen. 10 uur, van alle kanten wordt het gebouw van de Eurocomissarissen bestormd en 104 afgevaardigden uit de nieuwjaarsreceptie gekidnapt. 12.00 geheime plaats in de Ardennen, geen gewonden, M-day is een groot succes.

13.00 De dood of de Gladiolen. Onder dwang werden de eurocomissarissen achter het stuur van een motorfiets gezet. Ja, ze moesten zelf rijden, voorzien van alle door henzelf bedachte maatregelen. Na een uur werden ze bevrijd van alle overbodige maatregelen en moesten ze nogmaals, nu in normale motorkleding gaan rijden. De koekbliktroepen waren al akelig dichtbij het terrein gekomen en een veldslag dreigde. De 104 motorrijders gingen in een cirkel staan, bereid om tot de laatste snik te strijden. Een laatste veelzeggende blik en .... Beng, Miep viel om met haar motor, even viel de spanning weg en was er een glimlach op veler lippen. Wachtende op de uitbarsting van Miep en het naderende einde was het wederom Miep die voor de verrassing zorgde. In plaats van in woede uit te barsten, pakte ze zelf de motor weer op, kroop weer achter het stuur en ging weer rijden. Verbazing maakte zich ook meester van de koekbliktroepen. Steeds meer eurocomissarissen kropen weer op een motor en ook de eerste koekbliksergeant liet zich verleiden. De spanning was verdwenen, de hele avond en nacht werd er onder het licht van de sterren doorgereden. Tegen drie'en in de nacht, een onbekend geluid, geen motorgeluid. Nee, koninklijk hoorngeschal, de drie koningen wilden ook motorrijden, Willem de Dikke uit Nederland, Charly de 2e uit Engeland en Flupke uit Bels. De ochtend van 2 januari 2050 werd een glorieuze voor de motorrijders, Miep trok haar decreet in, en in datzelfde jaar werd nog een vertienvoudiging van het aantal motorrijders verwacht.

En het verbond van de 104, dat gaat de boeken in als het verbond der Kataren.


Inloggen | FAQ | Proza